Tips & Techniek
Beheers eerst de basis. Dit zijn de dingen die elke beginner moet weten.
Belangrijkste tip
Kijk naar de bal — niet je tegenstander
Houd je ogen op de bal gericht tot hij op je snaren raakt. Deze ene gewoonte verbetert elk schot dat je slaat. De meeste beginners kijken te vroeg op en slaan de bal mis.
Voetenwerk
Beweeg je voeten vóór je slaat
Kom vroeg op positie zodat je de tijd hebt je slag voor te bereiden. Kleine snelle stapjes (de "split step") laten je snel alle kanten op bewegen. Loop altijd naar de bal toe — strek je nooit uit.
Grip
Houd het racket als een handdruk
Voor beginners is de Eastern forehand-grip ideaal: schud handen met het racket. Knijp niet te hard — een spanning van 4/10 geeft je gevoel en voorkomt blessures.
Forehand
Maak je swing hoog af
Na het contact swingje door en eindig met het racket bij je schouder. Een goede follow-through geeft de bal topspin en houdt hem in het court.
Backhand
Twee handen = meer controle
De tweehandige backhand is makkelijker te leren. Leg je niet-dominante hand boven je dominante hand. Zie het als een forehand met je andere hand.
Service
Gooi de bal consistent op
Houd de bal op je vingertoppen en laat hem los bovenaan — gooi hem niet. Oefen de gooi apart voordat je de swing toevoegt.
Strategie
Mik op het midden van het court
Beginners verliezen de meeste punten door uit of in het net te slaan. Mik op het midden met ruime marge — consistentie wint altijd van ambitie.
Mentaal
Blijf ontspannen tussen punten
Spanning is de vijand van goede slagen. Schud je arm uit, adem uit bij contact en focus alleen op de volgende bal.
Positie
Keer terug naar het midden na elke slag
Beweeg na het slaan altijd terug naar de baseline in het midden. Dit verkleint de hoek die je tegenstander kan benutten.
Volley
Niet zwingen bij volleys — prikken
Aan het net houd je het racket voor je en gebruik je een korte prikbeweging. Grote swings leiden tot fouten.
Fysiek
Warm altijd op en koel af
Besteed 5 minuten aan joggen en dynamisch stretchen voor het spelen, en stretch daarna opnieuw. Je schouders en knieën zullen je dankbaar zijn.
Leren
Neem minstens een paar lessen
Zelfs 3–5 lessen bij een coach zetten je op het goede spoor en besparen je maanden frustratie door slechte gewoonten.
De Spelregels
Tennis heeft simpele basisregels. Als je deze kent, kun je meteen een wedstrijd spelen.
01
Het court
Een tenniscourt is 23,77m lang en 8,23m breed (enkel) of 10,97m breed (dubbel). Het net is 91cm hoog in het midden. De baseline is de achterste lijn, de servicelijn ligt 6,40m van het net.
02
De service
Elk punt begint met een service. Je staat achter de baseline en slaat de bal diagonaal in het servicevak van de tegenstander. Je hebt twee kansen: miss je beide, dan verlies je het punt (dubbelfout).
03
In en uit
Een bal is "in" als hij de lijn raakt of erover. Een bal is "uit" als hij buiten de lijn landt. Als de bal het net raakt bij een rally en daarna in het court landt, mag je gewoon doorspelen. Raakt de bal het net bij de service, dan is het een "let" en mag je opnieuw serveren.
04
Punt winnen en verliezen
Je wint een punt als de tegenstander in het net of uit slaat, de bal twee keer stuitert, of de bal hun lichaam raakt. Je verliest een punt bij een dubbelfout of als je de bal niet terugslaat.
05
Wisselen van kant
Spelers wisselen van kant na elk oneven aantal games en bij de tiebreak na elke 6 punten. Zo heeft niemand altijd de zon of wind tegen.
06
Dubbel spelregels
Bij dubbelspel gebruik je het hele brede court. De service is hetzelfde als bij enkel. Beide spelers van een team slaan om beurten.
De Telling
| Punten | Naam | Uitleg |
|---|---|---|
| 0 | Love | Nul punten. Begintelling van een game. |
| 15 | Vijftien | Eerste punt gewonnen in een game. |
| 30 | Dertig | Tweede punt gewonnen in een game. |
| 40 | Veertig | Derde punt gewonnen. Nog één punt nodig voor de game. |
| 40-40 | Deuce | Gelijke stand. Speler moet twee punten op rij winnen om de game te winnen. |
| Adv. | Advantage | Punt na deuce. Win je het volgende punt, win je de game. Verlies je, is het weer deuce. |
| 6 | Set | Eerste speler met 6 games (minimaal 2 verschil) wint de set. Bij 6-6 volgt een tiebreak. |
| Tiebreak | Tiebreak | Gespeeld bij 6-6. Eerste tot 7 punten (met 2 verschil) wint. |
| 2 of 3 sets | Wedstrijd | De meeste wedstrijden zijn "best of 3": wie 2 sets wint, wint de wedstrijd. |
Oefeningen
De meeste oefeningen kun je alleen of met een partner doen. Klik voor de uitleg.
01
Muurtraining
▼
Sla tegen een muur op een comfortabele afstand. De beste solo-oefening voor beginners — veel herhalingen en directe feedback.
- Sta 3–4 meter van een gladde muur.
- Laat de bal stuiteren en sla hem zachtjes tegen de muur.
- Laat hem één keer stuiteren en sla opnieuw. Tel je record.
- Gevorderd: sla zonder stuit (volley tegen de muur).
02
Balanceer de bal
▼
Stuit de bal op je snaren terwijl je rondloopt. Bouwt gevoel op voor het racketvlak en balcontrole.
- Begin met stuiteren op de forehand-kant.
- Streef naar 20+ keer op rij.
- Wissel af tussen forehand en backhand bij elke stuit.
03
Cross-court rally
▼
Rally cross-court met een partner. Cross-court is de veiligste richting — over het laagste deel van het net, met het meeste court.
- Beiden op de baseline aan dezelfde diagonale kant.
- Houd de bal in het spel — focus op consistentie, niet kracht.
- Tel rally's van 10+. Wissel na 10 minuten naar de andere diagonaal.
04
Service-gooi oefening
▼
Oefen de opgooibeweging zonder te slaan. Een consistente gooi is de basis van een betrouwbare service.
- Sta in je servicehouding achter de baseline.
- Houd de bal op je vingertoppen en strek je arm recht omhoog.
- Laat los bovenaan — vang hem op zonder je voeten te bewegen. Herhaal 20x.
05
Mini-tennis
▼
Speel punten alleen in de servicevakken. Zo introduceren coaches wereldwijd tennis aan beginners.
- Beide spelers staan in het servicevak aan hun eigen kant.
- Zachte gecontroleerde swings — focus op plaatsing, niet kracht.
- Eerste tot 11 punten wint.
06
Voetenwerk patronen
▼
Oefen de basisbeweging zonder bal — snel en in balans bij de bal komen.
- Klaarstand: voeten schouderbreedte, knieën gebogen, gewicht op ballen van de voeten.
- Split step: kleine sprong waarbij je landt net als de tegenstander slaat.
- Zijwaarts schuifelen 3 stappen rechts, terug naar midden. 10x per kant.
Video Lessen
Handpicked video's van top tennistrainers. Filter op onderwerp en klik om te kijken.
Beste Nederlandstalige kanaal
Bekijk kanaal ↗
Tennis the World — door Hugo Straver. Nederlandstalige technische uitleg voor alle niveaus.

Tennis the World
De 7 essentiële stappen van de forehand techniek
Hoe professionele spelers de forehand uitvoeren — stap voor stap uitgelegd.
Forehand
Tennis the World
Simpele forehand tip voor vastheid en snelheid
Één tip waarmee je je forehand direct makkelijker en betrouwbaarder maakt.
Forehand
Tennis the World
Voetenwerk en houding bij de forehand verbeteren
Leer hoe je je goed opstelt voor de forehand — cruciaal voor beginners.
Forehand · Voetenwerk
Tennis the World
4 tips voor de dubbelhandige backhand
Vier praktische backhand-tips die je direct kunt toepassen.
Backhand
Tennis the World
7 service tips en oefeningen uit de losse pols
Tips en oefeningen om je service te verbeteren — van polsgebruik tot ritme.
Service
Tennis the World
Voetenwerk: herstellen uit de hoeken
Leer hoe je na een brede bal snel terugkomt naar je uitgangspositie.
Voetenwerk
KNLTB Tennistips
Drills voor fantastisch voetenwerk
Concrete oefeningen om beter te bewegen op de tennisbaan — van de KNLTB.
Voetenwerk
Tennis the World
Sla nooit de bal te dichtbij je lichaam
4 oefeningen om genoeg ruimte te creëren bij het slaan — veelgemaakte beginnersfout.
Forehand · BackhandWoordenlijst
Weet je niet wat een term betekent? Zoek het hier op.
Ace
Een service die de ontvanger niet kan aanraken. Direct punt voor de serveerder.
Advantage
Het punt na deuce. Win je het volgende punt ook, dan win je het game.
Backhand
Slag geslagen aan de niet-dominante kant, met één of twee handen.
Baseline
De lijn achteraan het court. De meeste rally's worden van hier gespeeld.
Break
Een game winnen terwijl de tegenstander serveert. Cruciaal voor het winnen van een set.
Cross-court
De bal diagonaal naar de andere kant slaan. Veiligste en meestgebruikte richting.
Deuce
Stand 40-40. Een speler moet twee punten op rij winnen om het game te pakken.
Dropshot
Zacht kort schot dat net over het net valt. Gebruikt om de tegenstander te verrassen.
Dubbelfout
Beide services missen. Resulteert in verlies van het punt.
Fault
Service buiten het servicevak of in het net. De serveerder krijgt een tweede kans.
Forehand
Slag geslagen aan de dominante kant (rechts voor rechtshandigen).
Groundslag
Slag nadat de bal één keer gestuiterd is — forehand of backhand.
Let
Service raakt het net maar landt in het vak. De service wordt overgespeeld.
Lob
Hoge bal over het hoofd van de tegenstander, meestal als die aan het net staat.
Love
Nul punten. 'Love-all' betekent 0-0.
Matchpoint
Eén punt nodig om de gehele wedstrijd te winnen.
Net
Scheiding midden op het court. In het midden 91cm hoog.
Rally
Reeks slagen na de service totdat een punt beslecht is.
Rechtdoor
De bal recht parallel aan de zijlijn slaan — de meer aanvallende keuze.
Service
De slag waarmee elk punt begint vanachter de baseline.
Servicevak
Rechthoekig vak naast het net waar de service in moet landen.
Set
Wie als eerste 6 games wint (minimaal 2 verschil) wint de set.
Slice
Slag met backspin die laag blijft na de stuit.
Smash
Harde overhead slag, meestal als reactie op een lob.
Split step
Kleine sprong net voor de tegenstander slaat. Houdt je bewegelijk en klaar.
Tiebreak
Gespeeld bij 6-6. Eerste tot 7 punten (met 2 verschil) wint de set.
Topspin
Voorwaartse spin die de bal snel omlaag doet gaan en hoog laat stuiten.
Volley
Slag voor de stuit, meestal bij het net.
Mijn Voortgang
Vink vaardigheden af als je ze beheerst. Je voortgang wordt opgeslagen in je browser.
Vaardigheden voltooid
0/19
Basis op het court
Eastern forehand-grip geleerd
Schud handen met het racket.
Klaarstand correct uitvoeren
Voeten schouderbreedte, knieën gebogen, gewicht voorop.
Split step geoefend
Kleine sprong net voor de tegenstander slaat.
Bal volgen tot op de snaren
Ogen op de bal houden, niet op het court.
Slagen
10 forehands op rij over het net
Focus op de follow-through die hoog eindigt.
Consistente forehand follow-through
Racket eindigt bij de tegenovergestelde schouder.
Tweehandige backhand kunnen slaan
Niet-dominante hand duwt de slag door.
Cross-court rally van 10+ slagen
Diagonaal is de veiligste richting.
Voeten bewegen vóór het slaan
Vroeg op positie maken alles makkelijker.
Service
Opgooibeweging 20x consistent geoefend
Arm recht omhoog, bal bovenaan loslaten.
5 services op rij in het servicevak
Mik op het midden — consistentie eerst.
Betrouwbare tweede service
Langzamer met meer spin — mis nooit je tweede.
Regels kennen
Telling kennen (love, 15, 30, 40, deuce)
Love=0. Punten: 15, 30, 40, game.
Sets en wedstrijden begrijpen
Eerste tot 6 games (met 2 verschil) wint de set.
Verschil fault en let kennen
Fault=service uit. Let=net maar in vak, herspelen.
Eerste mijlpalen
Eerste echte wedstrijd gespeeld
Al verlies je elk punt — je hebt gespeeld!
Minstens één les bij een coach gevolgd
Vroeg goede begeleiding voorkomt slechte gewoonten.
Mini-tennis in de servicevakken gespeeld
Geweldig voor gevoel en courtinzicht.
Muurtraining — 50 slagen op rij
De beste solo-oefening voor beginners.























