De onderhandse pass is de belangrijkste basistechniek in volleybal. Bijna elke rally begint met een aanname op de onderarmen. Het goede nieuws: het is puur een kwestie van techniek en herhaling. De volledige basis staat in hoe speel je volleybal.
Bekijk de techniek
De juiste techniek
- Platform: armen gestrekt, één hand in de andere, duimen naast elkaar.
- Benen: licht door de knieën — de kracht komt uit je benen, niet je armen.
- Contact: op de onderarmen, net boven de polsen — nooit op je handen.
"De onderhandse pass is geen slag met je armen. Het is een rustig platform waar de bal op landt."
Veelgemaakte fouten
- Gebogen armen.
- Te veel armzwaai.
- Blijven staan in plaats van naar de bal bewegen.
Houd je armen gestrekt en neem de bal vóór je lichaam aan.
Wanneer gebruik je het
Gebruik de onderhandse pass voor lage, harde of snelle ballen — de service-aanname en de verdediging. Voor hoge, gecontroleerde ballen vlak bij het net is de bovenhandse set beter.
Zo oefen je verder
Veel kun je alleen oefenen: vorm het platform (zonder bal), pass tegen een muur (doel: 10 nette contacten op rij) en doe zelfpasses. Een complete set uitgewerkte passoefeningen — in tweetallen, met verplaatsen en receptie — staat in onze oefeningen-bibliotheek voor trainers.
Betrouwbare bronnen
Officiële spelregels bij de FIVB en Nevobo. Slim spelen met je pass? Lees de tactische tips.
Veelgestelde vragen
Waar raak ik de bal bij een onderhandse pass?
Op je onderarmen, net boven de polsen — nooit op je handen.
Waar komt de kracht vandaan?
Uit je benen. Strek licht door de knieën; je armen vormen alleen een stil platform.
Wanneer gebruik ik onderhands en wanneer bovenhands?
Onderhands voor lage, harde of snelle ballen (aanname, verdediging); bovenhands voor hoge, gecontroleerde ballen bij het net.
Hoe oefen ik alleen?
Platform vormen zonder bal, passen tegen de muur en zelfpasses; meer in de oefeningen-bibliotheek.