De slagen van padel lijken op tennis, maar zijn net anders: het racket is korter en massief, je speelt met de wanden en controle telt zwaarder dan kracht. In deze gids leer je hoe je elke basisslag schoon raakt.
Nog nooit gespeeld? Begin bij je eerste keer padel. De regels staan in hoe speel je padel.
Grip en houding
Gebruik voor alles de continental grip (hamergreep): pak het racket alsof je een hamer vasthoudt. Daarmee speel je forehand, backhand én volley zonder van grip te wisselen — precies wat je in snelle rally's nodig hebt. Sta licht door je knieën, gewicht op je voorvoeten en het racket voor je lichaam.
De forehand en backhand
Houd de beweging compact: korte uithaal, raak de bal vóór je lichaam en speel laag-naar-hoog voor controle. De backhand speel je als beginner vaak met twee handen — dat geeft stabiliteit en een rustig racketblad. Geen grote zwaai: in padel lever je kracht in voor controle en timing.
De volley
De volley speel je kort aan het net, zonder uithalen. Zie het als blokken: stevige pols, racketblad iets open, en duw de bal gecontroleerd terug. Hoe korter je beweging, hoe betrouwbaarder de volley.
De service
De service gaat onderhands en onder heuphoogte. Laat de bal eerst één keer stuiten achter de servicelijn, raak hem dan op heuphoogte en speel hem diagonaal in het servicevak. Mik op plaatsing, niet op kracht: een veilige, diepe service zet je meteen goed neer.
De bandeja
De bandeja is dé typische padelslag: een gecontroleerde smash op ooghoogte met een licht snijdende beweging. Je gebruikt hem bij een lob die net te diep is om vol af te maken. Het doel is niet een winner, maar de bal laag en diep terugspelen zodat je aan het net blijft staan.
Spelen met de muur (techniek)
Bij een bal richting je achterwand: draai mee, laat de bal eerst op de grond stuiten en dan van het glas komen, stap erachter en speel hem rustig laag-naar-hoog terug. De kunst is wachten — geef de bal de tijd van het glas te komen in plaats van er te vroeg naar te slaan.
Van de baan: de grootste techniekwinst voor beginners is simpel: maak je beweging korter. Wie stopt met uithalen en de bal vóór zich raakt, speelt meteen veel schoner.
Zo oefen je de slagen
Veel techniek kun je alleen tegen de muur oefenen; de fijne details komen in een les of tijdens het inspelen. Een paar nuttige oefeningen:
Grip en houding (zonder bal)
Pak de continental grip en oefen de klaarstaande houding tot die vanzelf voelt.
Forehand en backhand tegen de muur
Rustige slagen op 3–4 meter, bal vóór je, compacte beweging.
Volley blokken
Dicht bij de muur korte volleys blokken, zonder uithaal.
Muurbal terugspelen
Laat de bal na de stuit van de achterwand komen en speel hem laag terug.
Veelgemaakte techniekfouten
- Te grote uithaal — hou de beweging kort.
- Grip wisselen tussen de slagen; met de continental grip hoeft dat niet.
- Te vroeg slaan bij een muurbal — wacht de stuit af.
- Rechte benen — zak door je knieën voor balans en controle.
Betrouwbare bronnen
Techniek leer je het best met beeld. Kijk de gratis lessen van The Padel School (de bekendste padel-coachingskanalen) en de officiële spelregels bij de International Padel Federation (FIP). Slim spelen met die slagen? Lees onze tips voor beginners.
Veelgestelde vragen
Is padel makkelijker dan tennis?
Voor beginners meestal wel: een korter racket, een kleiner veld en de wanden geven je meer tijd.
Welke grip gebruik je bij padel?
De continental grip (hamergreep) voor forehand, backhand én volley, zodat je niet hoeft te wisselen.
Wat is een bandeja?
Een gecontroleerde smash op ooghoogte waarmee je laag en diep terugspeelt én aan het net blijft staan.
Speel je de backhand met één of twee handen?
Als beginner vaak met twee handen: dat geeft stabiliteit en een rustiger racketblad.
Hoeveel lessen heb ik nodig?
Met één of twee lessen ken je de basisslagen; daarna leer je het meest door veel te spelen en tegen de muur te oefenen.
