Padel is in een uur te leren en juist daarom zo populair. In deze gids lees je hoe het veld, het materiaal, de regels en de telling werken — plus een oefenschema voor je eerste weken, zodat je snel je eerste echte partij speelt.
De baan en het materiaal
Een padelbaan is 20 bij 10 meter en volledig omsloten: glazen achterwanden tot 3 meter hoog (met daarboven vaak nog een meter gaas) en metalen hekwerk aan de zijkanten. In het midden hangt een net van ongeveer 88 cm. Je speelt dus altijd binnen de kooi — en de wanden horen bij het spel.
- Racket: massief en geperforeerd (geen snaren), met een schuimkern. Weegt meestal 360–375 gram. De vorm bepaalt het karakter — zie de tabel hieronder.
- Bal: lijkt op een tennisbal, maar met iets minder druk, waardoor hij een fractie lager stuitert.
- Schoenen: court- of padelschoenen met grip; buiten op kunstgras werkt een visgraatzool het best.
Welke racketvorm past bij jou?
| Vorm | Karakter | Voor wie |
|---|---|---|
| Rond | Veel controle, vergevingsgezind | Beginners |
| Druppel | Balans tussen controle en kracht | Allround / licht gevorderd |
| Diamant | Maximale kracht, kleine sweet spot | Gevorderde aanvallers |
Begin als beginner met een ronde of druppelvorm: die vergeven mis-slagen het meest.
De spelregels in het kort
Padel speel je bijna altijd twee tegen twee. De belangrijkste regels:
- Service: onderhands en onder heuphoogte. Laat de bal eerst één keer stuiten achter de servicelijn en sla hem dan diagonaal in het servicevak. Je hebt twee pogingen.
- Eerst de grond: op jouw helft moet de bal altijd eerst de grond raken voordat hij een wand raakt. Komt hij direct tegen jouw glas of hek, dan is het punt voor de tegenstander.
- Speel met je eigen wanden: na die ene stuit mag je de bal van je eigen achter- of zijwand laten terugkomen en alsnog terugspelen — precies de charme van padel.
- Volleren mag (de bal uit de lucht spelen), behalve op de service en de return — die moeten eerst stuiten.
- Punt kwijt bij: twee keer stuiten, de bal in het net, of de bal buiten de kooi slaan.
De telling
De telling is gelijk aan tennis: 15 – 30 – 40 – game, zes games per set (bij 6-6 een tiebreak tot 7), meestal best of three. Kom je op 40-40, dan kun je het op twee manieren spelen: met voordeel (zoals in tennis) of met een beslissend golden point (punto de oro). Dat golden point is optioneel — het hangt af van de afspraken vooraf of de competitieregels; het ontvangende koppel kiest dan de kant.
Wie mag beginnen? De Spaanse toss
Officiëel bepaal je met een toss wie begint: met een munt, of door je racket te draaien en vooraf ‘touwtje omhoog’ of ‘touwtje omlaag’ te roepen. Recreatief kiezen veel spelers voor de Spaanse toss: je speelt één punt om te beslissen, en dat punt telt pas zodra alle vier de spelers de bal minstens één keer hebben geraakt. Het koppel dat dat punt wint, kiest welk team begint met serveren (en aan welke kant).
Positie en samenspel
Padel win je niet achterin, maar aan het net. Wie daar staat, dwingt fouten af. Twee gouden regels:
- Beweeg als koppel: sta allebei voor of allebei achter, nooit de één voor en de ander achter. Schuif samen mee naar links en rechts.
- Dek het midden: de meeste ballen komen door het midden — laat daar geen gat vallen.
Van de baan: negen van de tien punten die beginners weggeven, komen door te hard willen slaan of door te panikeren bij een bal tegen het glas. Rustig en diep terugspelen wint bijna vanzelf.
Zo begin je — in 4 stappen
Huur een racket
Koop niet meteen; bijna elke club verhuurt rackets. Test wat prettig voelt qua gewicht en vorm.
Boek een baan
Reserveer via de club of een app als Playtomic — die koppelt je ook aan spelers van je eigen niveau.
Neem een paar lessen
Een trainer zet je grip, service en wandspel meteen goed, voordat je iets verkeerd aanleert. Veel clubs geven losse beginnersclinics.
Speel daarna vooral vrij
De meeste vooruitgang komt simpelweg van spelen. Via een app als Playtomic vind je snel medespelers van je eigen niveau.
Veelgemaakte beginnersfouten
- Te hard slaan in plaats van plaatsen.
- Panikeren bij de wand — wacht de stuit af.
- Loskomen van je maat, waardoor er een gat valt.
- Grip wisselen tussen de slagen; met de continental grip hoeft dat niet.
Betrouwbare bronnen
Officiële regels of je niveau nakijken? Bekijk de spelregels bij de International Padel Federation (FIP), lees over padel in Nederland bij de KNLTB, en boek banen of volg je niveau via Playtomic.
Veelgestelde vragen
Met hoeveel mensen speel je padel?
Bijna altijd met z'n vieren: twee tegen twee op een baan van 20 bij 10 meter met glazen wanden.
Hoe werkt de telling?
Net als tennis: 15-30-40-game, zes games per set (bij 6-6 een tiebreak), meestal best of three. Bij 40-40 beslist in veel competities een 'golden point'.
Hoe serveer je bij padel?
Onderhands en onder heuphoogte: laat de bal één keer stuiten achter de servicelijn en sla hem diagonaal in het servicevak. Je hebt twee pogingen.
Heb ik tenniservaring nodig?
Nee. Padel is juist populair omdat je er zonder ervaring snel plezier aan beleeft; de onderhandse service en de wanden maken het toegankelijk.
Welke schoenen heb ik nodig?
Court- of padelschoenen met grip. Binnen voldoen indoor-/gravelzolen; op buitenkunstgras werkt een visgraatzool het best.
Kun je padel alleen spelen?
Padel is een dubbelspel voor vier personen. Je kunt wel alleen tegen de muur oefenen, en met apps als Playtomic vind je snel medespelers.
Wat is het verschil tussen padel en tennis?
Een kleiner veld met wanden, een kortere massieve racket zonder snaren, een onderhandse service en controle boven kracht. Je speelt bijna altijd dubbel.
Hoe lang duurt het om padel te leren?
De basis leer je in één sessie. Leuke, langere rally's lukken bij de meeste mensen na een paar keer spelen.
